De financiële crisis als Danaïdenvat

Posted on Sun 13 June 2010 in misc

Inleiding

In een paper gepresenteerd op de inhuldigingsconferentie van het Institute for New Economic Thinking vergelijken Thomas Ferguson (UMass) en Robert Johnson (INET) hoe landen historisch zijn omgegaan met financiële crisissen. De doelstelling van de vergelijking is uit te pluizen waarom sommige overheden er beter in slagen dan andere om de belastingsbetaler te beschermen tegen de negatieve effecten van een "bailout".

De voorbeelden in het paper komen uit drie periodes, i.c. de jaren '30 (Duitsland, Italië en de VS), de jaren '90 (Japan en de Scandinavische landen) en de huidige crisis. Omdat de focus van het paper ligt op de interne dynamiek binnen een land is er bewust gekozen voor relatief grote, ontwikkelde landen.

Bodemloze herverdeling

De auteurs vertrekken van de zware---enkel grootschalige oorlogen komen in de buurt---publieke kosten van een financiële crisis. Deze publieke kosten houden een dubbele herverdeling in. In de eerste plaats verschuiven doorheen verschillende mechanismen publiek belastingsgeld naar naar de (private) banken en hun aandeelhouders, terwijl de publieke schuld sterk toeneemt en de tewerkstelling een flinke knauw krijgt.

Als illustratie van deze geldstroom gebruiken de auteurs het mythisch beeld van het Danaïdenvat. In de Griekse mythologie werden de dochters van Danaos na de moord op hun echtgenoten in de Onderwereld gedoemd tot het vullen van een een bodemloos watervat. Onderstaande spotprent gebruikt dit beeld om de door de regering van Lodewijk Filips I bewerkstelligde geldstroom van de Franse burger naar de private banken op de korrel te nemen--een kritiek die men eveneens op de hedendaagse "reddingsoperaties" kan toepassen.

fig vase

Het langst beneden leeglopen van het vat houdt echter ook een tweede herverdeling in. Een financiële crisis en het erop volgende overheidsbeleid zorgen nl. voor een middelenstroom naar boven in de stratificatiestructuur, d.i. van de armen en middenklasse naar de rijkere secties van de bevolking, voornamelijk omdat deze laatsten de banken bezitten.

De moral hazard van "bailouts"

Ondanks hun omvang is het niet evident om de de publieke kosten van financiële crisissen accuraat en vergelijkbaar te kwantificeren, dus richten de auteurs zich op een alternatief: moral hazard. De term moral hazard verwijst naar een verandering in het gedrag van een actor, indien zij voelt dat het risco verbonden met haar acties afgenomen of verdwenen is. Bv. als persoon minder voorzichtig zijn met je auto als je weet dat je bedrijf de schade betaald, of in dit geval als financiële instelling meer risico's nemen omdat je weet dat in laatste instantie de overheid wel zal bijspringen.

De mate waarin overheden deze moral hazard proberen te beperken is beter meetbaar dan de rechtstreekse kost voor de belastingsbetaler. Overheidsmaatregelen die de moral hazard kunnen reduceren zijn strenge en effectief geïmplementeerde voorwaarden mbt. bonussen, loon, etc. van bankiers.

De auteurs hebben dit soort maatregelen voor verschillende lnden in kaart gebracht en samengevat in één dichotome variabele, d.i. "wordt het moral hazard-effect van de bailout getemperd door overheidsmaatregelen, ja of nee?". In de roze gekleurde landen in de grafiek vinden Ferguson en Johnson wél effectieve maatregelen, in de blauwe landen niet.

fig vase

Wat verklaard nu waarom sommige landen overgaan tot effectieve maatregelen om de moral hazard van "bailouts" te vermijden en andere landen niet? De auteurs hypotheseren dat er een effect is van politieke landkenmerken op de aanpak van de crisis, d.i. het beperken van de moral hazard.

Hun analyse toont dat er inderdaad een effect is van twee politieke landkenmerken, nl. stemopkomst en het aantal parlementsleden van socialistische snit in het parlement. De landen die hoger scoren op deze kenmerken (bovenaan de grafiek) beperken beduidend meer de moral hazard van de bailout door restricties op lonen, voorwaarden, etc.

Hoewel er een aantal landen dus wél restricties verbinden aan de bailouts (de blauw gekleurde landen), zijn Ferguson en Johnson vrij kritisch over de algemene stijl waarin overheden de financiële crisis aanpakken:

In sum, in the current crisis, most countries have related to their banks like parents to teenagers: They mostly just sent money. Outside of Norway and Sweden, we are little impressed by what they have asked of their banks in return for all this assistance.

Of zoals Ferguson het in zijn presentatie verwoord: de snelheid waarmee bonussen en uitkeringen terug het niveau van voor de crisis bereikten, is een historisch record en voorspeld weinig goeds m.b.t. het reduceren van de moral hazard van het overheidsingrijpen.

Gezocht: massabeweging

Wat is er dus nodig om zulk een lakse overheidsrespons te vermijden? Wanneer de auteurs de gegevens uit de periodes 1980 en 2008 langst de historische casussen (Duitsland, VS, Italië in de jaren '30) leggen, concluderen ze dat er een massabeweging nodig is.

Of deze beweging van linkse (cf. parlementaire vertegenwoordiging), corporatistische of rechts-populistische signatuur is maakt niet zo heel veel uit: ''The lesson from these cases may be that to stop the banks, it takes a village i.e., a mass movement, from either the left or the right.''